Cultuur2000


Ameland of Ambla

Het eiland Ameland wordt als eerste genoemd in de registers van de kloostergoederen van Fulda. De meeste schenkingen dateren uit de eerste helft van de 9de eeuw.

Vertaling “verborgen verleden”
bron: Fryske Academy, Paul Noomen

Ik Alberticus uit de Maasgouw draag over aan de heilige Bonifatius, de abdij Fulda, de goederen die mijn broer Rundinc gaf, namelijk het gedeelte van heer Helgricus, en vrouwe Agnes droeg mij haar gedeelte over.

Dit is wat ik overdraag aan de heilige Bonifatius in de Maasgouw bij de rivier More, in het dorp met de naam Blerick:  een goed huis met de hutten en een grote hof en hetgeen erbij hoort, en in een ander dorp, Walare, een boomgaard en een weide en elf-en-een-halve hoeve met horigen die daarin wonen en andere horigen ten getale van 46.  

Ik, Albrith, draag over aan de heilige Bonifatius in het klooster Fulda weiland voor 4 koeien in de plaats      Ostanbretana met mijn andere goederen.

Ik, Albricus draag over aan de heilige Bonifatius mijn goederen in de gouw Federgo, bij Uttum in het huidige Ostfriesland: in het dorp Frisgana het land dat mijn moeder mij overdroeg en in het dorp Damhusen een erf met zes horigen met hun nageslacht.
   
Ik, Deodredus, graaf bij de genade Gods draag over aan de heilige Bonifatius een deel van mijn erfenis in het dorp dat Antum wordt genoemd, bij   Garnwerd in Groningen, weiland voor 32 stuks vee.

En in een andere plaats in het dorp dat Feerwerd wordt genoemd weiland voor 28 stuks vee; in een derde plaats in het dorp dat Krassum wordt genoemd, bij Garnwerd, weiden voor 10 stuks vee.

Ik, Reginmunt, schenk aan de heilige Bonifatius in het klooster Fulda in de gouw Oostergo in deze 5 dorpen, namenlijk Sibinwerde, in Ferwerd, in Hoge en/of OosterBeintum, op het eiland dat Ameland wordt genoemd en in het dorp Ternaard hetgeen ik aan eigendom heb, bestaande uit landerijen, bossen, kampen, waterlopen, huizen en gebouwen.

En tegelijk ook in het dorp dat Longonmor wordt genoemd, op Texel, een slaaf genaamd Tetilo met zijn echtgenote en zoons, met zijn hoeve en met al zijn bezit.

Ik, Folcrih, draag over aan de heilige Bonifatius hetgeen ik in deze plaatsen heb aan erfgoed en eigendom, namelijk in Mure 20 roeden bouwland, en in Kinnum op Terschelling en Trilant en Finfluze en in Sibenvurde weiland voor 13 koeien en in Ternaard een gedeelte gelijk aan het vorige deel, namelijk landerijen, bossen, grasland, waterlopen, huizen, gebouwen en horigen.
 

Ameland in de vroege middeleeuwen.

Omstreeks 700 jaar voor Christus biedt de kustzone op enkele plekken mogelijkheden tot (nomadische) bewoning. Omstreeks 700 jaar na Christus vinden de eerste mensen een nomadisch bestaan op Ameland. Het eiland is vanuit Friesland lopend te bereiken.

Men verkeert echter in een dynamisch gebied, waardoor geen permanente bewoning mogelijk is. Door de werking van de zee vindt op diverse plaatsen aanwas van land plaats, maar gaat elders weer grond verloren.

Het contact met het vaste land wordt steeds minder hecht en Ameland wordt meer en meer zelfstandig.

De waddenzee wordt door stormen steeds dieper en breder, waardoor de oversteek naar het vaste land steeds moeilijker wordt.

Eerste bewoning

De zandplaat die zo’n 2000 jaar geleden uit zee oprijst, is aanvankelijk nog niet geschikt voor bewoning. Wanneer het eiland begroeid is, en er zoet water uit de duinen gehaald kan worden, wordt bewoning mogelijk (rond 700 na Christus). Er is nu sprake van een insula que dictur Ambla.

De eerste bewoners van Ameland hadden een nomadisch bestaan. Naast het weiden van vee hielden zij zich bezig met jagen en vissen en het verzamelen van bessen en kruiden.

Nadat de mensen zich permanent gingen vestigen werd de grond in cultuur gebracht en ontstonden kleine gemengde boerenbedrijfjes. Het boerenbedrijf werd een belangrijk middel van bestaan.

Vanuit het overbevolkte kerngebied aan de vaste wal komt de eerste permanente bewoning op Ameland tot stand en komen er voorzieningen voor een eerste levensonderhoud.

De nieuwe bewoners vestigen zich in de duinen en leggen vlak bij het dorp hun akkers aan en de velden waar hooi gewonnen kan worden. Dit geldt zowel voor de bevolkingsgroep die zich op Oost als op West Ameland vestigt.

Ameland als woonoord

Waarschijnlijk is van het begin af aan de scheepvaart van grote betekenis geweest voor de bevolking.

Rond het jaar 1000 worden op Oost Ameland (Nes) en West Ameland (Hollum) de eerste kerken gesticht.

Drie eeuwen later komen er uithoven van klooster Foswerd en verrijst bij Ballum het slot van Ritske Jelmera.

Onder de regelgeving van de Heer en van het Klooster worden de cultuurgebieden bij Ballum en Buren ontwikkeld.